– blog –

“Hij hoeft geen melk hoor”

17 augustus 2021

Daar zit ik dan, in de auto onderweg naar mijn werk. Het is niet alleen de eerste dag na de vakantie, maar ook de eerste werkdag zonder Noud. Nou ja, een werkdag kan je het niet echt noemen. Het zijn eerder een aantal werkuren zonder Noud. Maar toch! Na drie weken vakantie met z’n vieren laat ik nu alle drie mijn mannen thuis achter. Dat moet toch wel goed komen?

Met een vriezer vol afgekolfde moedermelk heb ik de laatste dagen toch nog mijn best moeten doen om een volle fles melk achter te laten. Ik leef ondertussen al 6 maanden lactosevrij, maar sinds een week ook koemelkvrij. Helaas is de melk in de vriezer (waarschijnlijk) niet koemelkvrij, waardoor deze niet meer gebruikt kan worden. Echt zonde! Wist je trouwens dat ze in een Brits ziekenhuis een nieuw taalbeleid hebben waarbij moedermelk voortaan mensenmelk wordt genoemd.

Via een andere route dan normaal kom ik zonder problemen aan op mijn werk. Helaas kon ik niet parkeren waar ik in gedachten had, maar geen probleem. Heel nonchalant en zonder moeite (alsof ik het dagelijks doe) draai ik mijn auto achteruit in een ander parkeervak. Zo há há, ook dat kan ik *schouderklopje*.

Het duurt een tijdje voordat ik ook daadwerkelijk op mijn werkplek aan kom. Er zit een man die ik nog niet eerder gezien heb. Mijn collega kijkt mij aan, ziet mijn verbaasde gezicht en zegt: “Dit is F. jouw nieuwe collega!”. Verassing! Die had ik niet verwacht. Na een korte kennismaking zoek ik een vrije werkplek op en start daar de computer op.

Na ongeveer 1,5 uur van huis ben ik toch wel benieuwd hoe het thuis gaat. Zal Noud de hele fles opgedronken hebben? Net op het moment dat ik een berichtje wil sturen naar het thuisfront krijg ik al bericht. Shit, het bericht luidt: “Hij hoeft geen melk hoor” gevolgd door “Het is alleen maar janken”. Duidelijk, ik pak mijn spullen en daar ga ik weer, terug naar huis. Naar een huis met drie mannen waarvan de jongste zijn moeder nodig heeft en de oudste mij liever een uur geleden al thuis had gezien. Met een schuldgevoel verontschuldig ik mezelf bij mijn collega’s (die er waarschijnlijk niet veel van begrijpen) en loop ik weer terug naar mijn auto. Nog steeds een beetje trots op mijn inparkeerkunsten start ik de auto en rij ik na bijna 2, niet zo productieve, uren weer terug naar huis.

Ik moest deze ochtend nog zo nodig  tegen mijn vriend zeggen “Het zou wel zonde zijn als hij deze fles niet op wil drinken”. Bij thuiskomst zie ik de nog volle fles met melk in het raamkozijn staan en klinkt het gehuil van mijn lieve, hongerige mannetje. Snel installeer ik mij op de bank en troost ik hem aan mijn borst.